In het Nederlands hebben wij maar één woord voor ‘inkoop’ en dat is inkoop.
Hoe komt het dan dat er in het Engels veel meer varianten zijn? Want als Engelstaligen het over inkoop hebben, dan gebruiken ze termen als buying, purchasing, sourcing (al dan niet global), procurement, supply management, supply chain management of value cycle management.
Je zou dit kunnen verklaren door het simpele feit dat de Engelse taal nu eenmaal meer woorden bevat dan de Nederlandse. Maar volgens mij is er iets anders aan de hand.
LinkedIn staat vol met artikelen van experts die het verschil tussen de diverse termen proberen te duiden. Daarbij lijken de verklaringen vooral gericht op landje-pik definities vanuit de inkoopgemeenschap. Door te claimen dat bepaalde activiteiten niet onder het ene label vallen, maar wel de verantwoordelijkheid en dus ook bevoegdheid van de andere zijn, lijken inkopers vooral zichzelf ‘belangrijker’ te willen maken.
Wat daarbij interessant is, is dat deze discussie uitsluitend wordt gevoerd door personen die werkzaam zijn binnen het inkoopvak. Logisch natuurlijk, want de rest van de wereld zal het echt een biet zijn hoe de inkoopafdeling zich wenst te noemen. Als ze maar gewoon datgene doen waar die belanghebbenden baat bij hebben.
Wat mij vooral interesseert is de marketinggedachte achter deze titulatuur.
Vergelijk het eens met de reclame voor wasmiddelen.
Hoe vaak kun je zeggen dat een vernieuwd waspoeder nog witter wast? Op gegeven moment gelooft niemand dat meer. Dus wat doen marketeers dan? Die introduceren een nieuwe variant van het poeder, namelijk wasgel. Of liquids, pads, pods, strips of cubes. Allemaal dezelfde werkzame stof, maar in een nieuw jasje, zodat ze aannemelijk kunnen maken dat het revolutionaire nieuwe product wel degelijk nog witter kan wassen. En dat begrijpt het publiek dan ook.
Zo is het misschien ook met ‘purchasing’ gegaan.
Wellicht zijn onze Engelse collega’s, in een poging zich te ontworstelen aan de ‘bonnenmep’ fase, nieuwe termen gaan bedenken die mogelijk een bredere uitleg kennen dan het managen van de purchase orders.
De nieuwe labels ‘Sourcing’ of ‘Procurement’ suggereerden dat ze iets heel anders deden en er veel verder gekeken werd dan alleen het besteltraject. Het betekende op ‘strategisch’ niveau betrokken zijn bij het selecteren en contracteren van leveranciers. Nederlandse inkopers namen dit vervolgens weer over.
Maar alleen nieuwe woorden garanderen natuurlijk geen beter resultaat. Dat vergt ander gedrag. Veel inkopende collega’s bleven onder het nieuw gekozen label stug vasthouden aan de traditionele positionering van inkoop als financieel ethisch geweten van de organisatie. Die collega’s graag de les leest over het objectief, rationeel en zakelijk verantwoord uitgeven van bedrijfs- of gemeenschapsgeld. Dat werkte natuurlijk samenwerking niet in de hand en de zo gewenste betrokkenheid en resultaten bleven achter.
Maar de collega’s die de wijze waarop ze invulling geven aan het vak veranderden, bleken echter wel succesvol, los van de labels die ze hanteren. Ze kozen voor een moderne positionering, met focus op ‘méér’ in plaats van ‘minder’. Met aandacht voor de redenen waarom organisaties geld krijgen en waarbij kosten vooral het gevolg zijn van gemaakte keuzes. Waar de waardebeleving door echte klanten het uitgangspunt vormt in plaats van de uitgaven en waar zij de ambitie hebben om collega’s te willen ondersteunen zodat die succesvol kunnen zijn, en niet zelf belangrijk willen zijn omdat ze zogenaamd zoveel geld van anderen uitgeven.
Het gaat volgens mij echt niet om de verpakking waar zovele collega’s zich dagelijks op LinkedIn mee bezig houden. Daar is nog geen klant beter van geworden, laat staan een bedrijf succesvoller. Het is de inhoud van jouw handelen die collega’s en klanten ervaren. Dat bepaalt de aan jou toegekende waarde, positie en waardering. Niet andersom.
Durf anders te zijn.
Laten we samen inkoop leuker maken.